Schetsen van het eiland Bali (Van Eck, 1878)

Below article takes you through relevant parts of a series of articles 'Schetsen van het eiland Bali' (Sketches of the Island of Bali) by R. van Eck, published in Tijdschrift voor Nederland's Indië from 1878 onwards, see sources below. These articles may be retrieved from www.delpher.nl, where original text (with multiple mistakes) is also available. Adaptation for readability and purposes of research: modern grammar and spelling for Balinese, Dutch and Indonesian where applicable; translations, subheadings & square brackets by G.Dijkman. THIS ARTICLE IS UNDER REVISION.

I. Introduction

[p.94] Langs de zuidkust van het westen naar het oosten gaande, komt men eerst voorbij de Tafelhoek bij eilandjes, en wel een viertal dicht in elkanders buurt, die allen tot Badung behoren. Het noordelijkste is Serangan, dat door ongeveer vijftien gezinnen wordt bewoond, die hun huizen op palen hebben gebouwd, ter oorzake van de vele overstromingen, waaraan deze laaggelegen plek blootstaat. Soms is het water tussen het eiland en het vasteland

[p.95] weer zo laag, dat men gemakkelijk te voet visa-versa kan gaan. De enige merkwaardigheid van Serangan is de tempel, waarheen de Badungers nu en dan ter bedevaart trekken. Iets zuidelijker ligt Benoa, dat zich enige voeten hoger verheft en in 1873 door zeven huisgezinnen werd bewoond. Eindelijk heeft men Pulau Bowalu, waarvoor de kaarten geen naam geven en de Twee Gebroeders

Verder oostwaarts gaande stuit men op Noesa [Nusa] - gelijk de inlanders het kortweg noemen - dat met de kleinere eilandjes, die het omringen, nl. Yeh [Toya] Pakeh, Panida [Penida], Batu Majineng [Ceningan?] en Lembongan, de zogenaamde Bandieten-groep vormt. Later komen wij op deze eilanden en hun naam terug.

Benoorden Nusa liggen de Groene Eilanden, door de inlanders Poeloe [Gili] Tepekong gedoopt, welke naam echter, zoals vanzelf spreekt, van nieuwe datum is. Op een dezer eilandjes treft men een kleine boom aan met bladeren als een regenscherm gevormd. Met het boven reeds genoemde Kubu Manuk in Straat Lombok is de rij der eilandjes rondom Bali gesloten.

  • Source: R. van Eck - Schetsen van het eiland Bali; In: Tijdschrift voor Nederland's Indië jrg 7, 1878 (2e deel), no.8.

II. Inhabitants - mythological beginnings

[p.166] (...) Wij weten nu echter ook niet, wat wij te geloven hebben van het bericht in de meergemelde Batur Lelawasan [ Batur Kalawasan?], volgens hetwelk de oorspronkelijke bewoners van Bali als honden onder elkander zouden hebben geleefd, in dier voege, dat de vaders hun dochters en de zonen hun moeders bezwangerden, aan welke ongerechtigheid ten laatste een einde werd gemaakt door een paar schone hemellingen, dat zich onder de mensen kwam neerzetten en met het geslacht, ook de zeden en gewoonten verbeterden. 

Hetzelfde geldt van hetgeen ons in de door Friederich vertaalde Usana Bali wordt medegedeeld. Daar is het de reuzenkoning Maya Danawa, een man “verward van geest, dom, van kwade inborst, jaloers, kwaadaardig, van gemene taal, zichzelf overschattend, gelovend dat er geen macht gelijk die van zijn lichaam bestond," wiens goddeloze handelingen hongersnood en radeloosheid onder de mensen brachten totdat eindelijk de goden zich over het

[p.167] eiland ontfermden en Maya Danawa met de zijnen van de aardbodem verdelgden. 

Volgens een derde verhaal, door Abdullah bin Mohamed el Maz'rie medegedeeld, werd Bali in de eersten tijd van zijn bestaan geregeerd door twee gebroeders uit het geslacht der demonen. De een, Prabu Mirid, had een hoofd als een kaketoe, een lichaam als van een mens. Hij was twaalf vademen lang, terwijl de breedte vabn zijn borst drie vademen bedroeg. Zijn broeder, Prabu Bedahulu, dezelfde die in de Usana Bali Maya Danawa wordt genoemd, prijkte met een demonengezicht, maar zag er overigens ook als een mens uit. Zij hielden hun verblijf in de kampung Badahulu, die nog bestaat, en deelden met elkander de regering. Of hun onderdanen met hen tevreden waren, wordt niet gezegd. Wel vernemen we, dat zij alles behalve in de smaak vielen van de op Bali wonende vreemdelingen (Hindoes), die de hulp van een reus op Java, een zekere Kaboe-ajoe [Kabu Ayu?], inriepen om zich van de twee broeders te ontdoen. Hij was half god, half mens. Bijgestaan door zijne geesten en geholpen door een Hindoe, Remjana genaamd, slaagt Kabu Ayu erin de twee vorsten ten onder te brengen niet alleen, maar ook ze te doden en hun lijken in Straat Bali te werpen. Tot beloning wordt hem het bestuur over Bali opgedragen.

  • Source: R. van Eck - Schetsen van het eiland Bali; In: Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 7, 1878 (2e deel), no.10.

 

 

 

 

 

 

 

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it. research: Godi Dijkman http://guidomansdijk-talen.nlsocial facebook box white 24